Veelgestelde vragen

Waarom wordt dit CO2-project ontwikkeld?

Porthos biedt bedrijven de mogelijkheid om hun CO2-uitstoot te verminderen in de periode dat zij de transitie naar biobased, hernieuwbaar of circulair nog niet gemaakt hebben. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd aan de klimaatdoelstellingen in Nederland en de energietransitie, ook als de alternatieven nog in onvoldoende mate beschikbaar of ontwikkeld zijn.

CCUS is sneller toepasbaar dan bijvoorbeeld de elektrificatie van industriële processen of het inzetten van ‘groene’ waterstof als energiebron. Daarnaast is CCUS een goedkopere maatregel dan bijvoorbeeld woningen van het gas halen of elektrisch rijden. Het langetermijndoel blijft de verduurzaming van productieprocessen.

Waar komt de CO2-pijpleiding te liggen?

De leiding op land komt te liggen in de bestaande leidingstrook langs de A15, via Botlek-Vondelingenplaat tot aan de Maasvlakte. Op dit moment wordt er gekeken naar twee mogelijke tracés: een noordelijke variant en een zuidelijke variant. Bij beide varianten is de leiding op land circa 30-33 km. Vervolgens gaat er een leiding onder de Noordzeebodem naar een leeg gasveld op zo’n 20 km uit de kust.

De uiteindelijke tracékeuze hangt af van verschillende factoren, zoals de technische mogelijkheden, de locatie van het compressorstation, de kosten en de milieueffecten. Dat laatste wordt onderzocht in de Milieueffectenrapportage (m.e.r.).

In welk veld wordt de CO2 opgeslagen? Van wie is dat veld?

Porthos richt zich op transport naar en opslag van CO2 in de lege gasvelden P18-2, P18-4 en P18-6. TAQA heeft gas uit deze velden gewonnen en de velden zijn beschikbaar voor opslag. Het bestaande platform van P18A, dat geëxploiteerd wordt door TAQA, kan benut worden voor injectie van de CO2.

Wanneer start de opslag van CO2?

Porthos werkt op dit moment aan de technische onderbouwing, de milieueffectenrapportage en het maken van afspraken met bedrijven en de overheid. Porthos verwacht medio 2021 een definitief investeringsbesluit te nemen. Zodra de investeringsbeslissing is genomen, start de aanleg van de infrastructuur. Naar verwachting wordt het systeem eind 2023 in gebruik gesteld.

Welke partijen gaan de CO2 aanleveren?

In de herfst van 2019 heeft Porthos samenwerkingsovereenkomsten (Joint Development Agreements) getekend met vier bedrijven: ExxonMobil, Shell, Air Liquide en Air Products. In de overeenkomsten is afgesproken dat de komende driekwart jaar parallel wordt gewerkt aan de voorbereiding van afvang, transport en opslag van CO2. Het commitment van de bedrijven is niet bindend: de bedrijven kunnen zich nog terugtrekken en er kunnen nog andere bedrijven aansluiten.

Wat is een Joint Development Agreement?

Porthos maakt afspraken met bedrijven die CO2 willen aanleveren. In de Joint Development Agreements (ook wel JDA’s of samenwerkingsovereenkomsten) spreken Porthos en de bedrijven af dat zij gezamenlijk toewerken naar het sluiten van transport- en opslagcontracten.

De bedrijven verplichten zich om te starten met de vergunningenprocedures en het ontwerp van hun afvanginstallatie. Porthos verplicht zich om door te gaan met de vergunningenprocedures en de technische uitwerking van het project.

Ontvangt Porthos subsidie voor dit project?

Porthos probeert financiële steun te krijgen voor de kosten die gemaakt worden in de voorbereiding van het project en voor de investering in de infrastructuur. Daarbij wordt gekeken naar de verschillende budgetten die beschikbaar zijn bij onder andere de nationale overheid en de Europese Unie.

In 2018 heeft Porthos € 1,2 miljoen ontvangen van RVO en in 2019 een subsidie van € 6,5 miljoen van de Europese Commissie voor de nu lopende voorbereidende studies. Porthos streeft ook naar subsidie uit Brussel voor de realisatie van de infrastructuur.

Waarin verschilt Porthos van de eerdere initiatieven rond CO2-transport en -opslag?

Elders in de wereld is al meer dan 20 jaar ervaring met CCS. Wat Porthos vooral bijzonder maakt is dat het één van de eerste CCUS-projecten is die zich richt op de opslag van CO2 van meerdere bedrijven en daarbij een ‘open access’-benadering hanteert. Het systeem wordt opgezet als een soort nuts-infrastructuur en kan door verschillende bedrijven worden gebruikt. Hierdoor zijn er flinke kostenvoordelen te behalen ten opzichte van op zichzelf staande projecten.

Anders dan bij het ROAD-project (Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject) richt Porthos zich op de industrie waarvoor voorlopig geen duurzame alternatieven zijn, zoals olieraffinaderijen en de chemiesector. Een ander belangrijk punt is dat de opslag bij het Porthos-project uitsluitend offshore plaatsvindt en dus niet op land onder bestaande bouw.